Met steun van het Nederlandse Letterenfonds heb ik een trailer kunnen maken over de vertaling van Eerste persoon enkelvoud van Haruki Murakami. Het is, voor zover ik kan nagaan, de eerste boektrailer over een vertaling. Hij is prachtig geworden en doet zowel recht aan het proces van vertalen als aan de sfeer van Murakami’s universum. Dankjewel, Sem, Jelle, Jan en Julia, voor jullie hulp! Kijk hem op groot scherm en met geluid aan.  [16 maart 2021]

Nu Eerste persoon enkelvoud in de winkel ligt, ben ik mooie bijdragen aan het schrijven voor mijn vertaal-blog. Over humor,  over panklare verhalen, en natuurlijk ook over de grote vertaalkwesties die nu actueel zijn door de heisa over de vertaling van het gedicht van Amanda Gorman.

In november 2020 verschenen twee bibliofiele uitgaves (door mij vertaald) van verhalen van Haruki Murakami: ‘Een kat achterlaten’ en ‘With the Beatles’. 

In maart 2020 verscheen Het Grote Moestuinierboek (Uitgeverij AtlasContact). Met tien goede redenen om te moestuinieren, 49 heerlijke eetbare gewassen plus een handige matrix om de planten te vinden die bij je passen.  
Nagekomen inzichten, experimenten en tips vindt op het blog Groei iets

Samen met Luk van Haute vertaalde ik ‘De moord op Commendatore’ (騎士団長殺し), een kloeke vertelling in twee delen. Deel I van de Nederlandse vertaling, ‘Een Idea verschijnt’ kwam uit in december 2017. Deel II, Metaforen verschuiven, verscheen in januari 2018. Dat werd feestelijk gelanceerd tijdens het Murakami-festival op de SS Rotterdam.

Het vertalen van romans uit het Japans (Norwegian Wood, Ten zuiden van de grens, Spoetnikliefde, Blinde wilg, slapende vrouw) wissel ik graag af met het aanzwengelen van projecten. Ooit betrof dat kleine gelegenheidsdingetjes: een zangmiddag, een proeverij. Het liep genadeloos uit de klauwen met het Landje van De Boer: een grond-tot-mond-project op een voormalige kwekerij in Overveen. Wat begon als ‘wat zou het leuk zijn als we hier met zijn allen zouden telen en eten’ werd een levenswerk: een waar paradijsje voor ‘samen harken en vorken’.

Mijn kookboek ‘Gescheiden, wat nu? 80 recepten voor eiwitten en eidooiers’ (uitgeverij Fontaine, 2007) begon als een uit de hand gelopen woordspeling en eindigde als een gekoesterd boek onder culi-liefhebbers.

Ik houd van koken, eten en tuinieren en dat is een steeds urgenter onderwerp geworden om (ook) over te schrijven. Ik schreef onder andere een kookcolumn voor Ode / The Optimist, een tuinrubriek voor AD-magazine, een tuincolumn voor Home & Garden, artikelen voor Groei & Bloei en voor Onze Eigen Tuin.

Na terugkeer in uit Japan schreef ik ‘Hoe Japan werkt’ (uitgeverij Atlas, 1996). Daarin introduceer ik de Japanse zakenroman: de achtergronden van dit genre, maar ook en wat we ervan kunnen leren over de Japanse maatschappij, de journalistiek, de politiek, en – uiteraard – de werkethiek.

Ik woonde van 1984 tot 1993 in Tokio. Ik was toen correspondent voor de radio (BRT, NCRV, NOS, TROS, VARA), voor NRC Handelsblad en de GDP. Ik publiceerde in Japanse media en was commentator bij Japanse tv-programma’s. Ik ben er bevallen van een zoon. Ik woonde met man en kind in een beeldschoon Japans huis, vatte er liefde op voor de Japanse keuken en voor keramiek.

Ik studeerde Japans aan de Universiteit van Leiden.

Mijn eerste journalistieke schreden zette ik bij de schoolkrant van het Stedelijk Gymnasium in Haarlem.

Bij mijn vader op zijn moestuin at ik voor het eerst zelf geoogste aardbeien.

Van mijn moeder heb ik een hardnekkig mantra meegekregen van ‘zelf maken’ en ‘zelf doen’, waar ik haar meestentijds heel dankbaar voor ben.